|
vooruitblik Dé
Roofvis 83 deel II

Klik
op de cover voor mooie extra's en aanbiedingen.
Streamers
Om de baarzen op een dwaalspoor te zetten,
vis ik vaak met twee kunstaasjes tegelijk. Onderaan de
fluorocarbon voorslag komt het shadje en ruim een halve
meter daarboven maak ik een zijlijn waar ik een streamer
aan vastknoop. Streamers zijn grote kunstvliegen die
visjes imiteren, ze hebben onder water een geweldige
actie met al hun fijne haartjes. Bijkomend voordeel is
dat ze onderwater mooi zweven. Vis ik het shadje nu met
sprongetjes over de stenen, dan blijft de streamer er
telkens hoog boven.

Op deze manier kun je dus twee waterlagen
tegelijk afvissen! Maak je de afstand tussen beide
aasjes kleiner, dan geef je de baarzen het idee dat het
shadje achter de streamer aanjaagt, en dat kan weer voor
voedselnijd zorgen. Zeker de moeite van het uitproberen
waard! Tegenwoordig maak ik mijn streamers zelf en stop
ik een stukje foam in het lichaam, zodat ze blijven
drijven.

Onder water zorgt dit ervoor dat de
snelheid van het afzinken wordt verminderd en dat de
streamer altijd boven het steenstort zal zweven, zolang
de lijn tenminste niet te zeer gespannen is. Oftewel: op
het moment dat het shadje op de bodem valt, hangt de
streamer precies in het gezichtsveld van de
nieuwsgierige baarzen! Daarnaast zijn streamers zo goed
als gewichtloos. Eén hap, weg!

De laatste meter
De voorslagknoop tussen de dunne
hoofdlijn (10/00 Powerpro) en de voorslag (21/00 Berkley
Trilene Fluocarbon) is de Allbrightknoop. Hierbij wordt
de fluorocarbon dubbelgevouwen en haal je de gevlochten
lijn door de ontstane lus. Vervolgens wikkel je de dunne
gevlochten lijn ongeveer twaalf keer om de dikkere
voorslaglijn. Je haalt het uiteinde van de lijn weer
terug door de lus, tegenovergesteld aan de richting van
de eerste keer, en trekt de knoop voorzichtig aan.
Vergeet niet om het geheel even vochtig te maken.

Als de wikkelingen netjes naast elkaar
gelegd zijn blijft er een klein knoopje over dat
nauwelijks dikker is dan de voorslag. Knip de uiteinden
kort af en als je wilt kun je met een aansteker nog een
bultje op het eindje fluorocarbon smelten ter zekering.
Het zijlijntje waar de streamer aan hangt, maak ik door
middel van een lus die ik later doorknip.

Deze knoop wordt ook bij het feedervissen
en in de zeevisserij veel gebruikt. Eerst leg je een
grote lus in je voorslag, dan haal je het einde van de
lijn er ongeveer acht maal doorheen. Precies in het
midden van de ontstane wikkelingen haal je de lijnen los
van elkaar en je steekt de lus er doorheen. Voorzichtig
alle drie de uiteinden aantrekken, daarna de lus kort
bij de knoop doorknippen en je hebt een zijlijntje voor
de streamer. Maak het zijlijntje niet te lang, anders
kan het zich tijdens de worp meerdere malen om de
hoofdlijn draaien, met een waardeloze presentatie tot
gevolg.
Het weer
Zoals alle andere vissoorten reageren ook
baarzen sterk op het weer. Is het zonnig en windstil,
dan zien de baarzen alles in het heldere water en moet
je je beste trucs inzetten om ze te foppen. Is het
bewolkt en winderig, dan zijn de rovers meestal goed los
en kan het elke worp knallen!

Hoe meer wind en golven op het water en
hoe minder zonlicht, des te donkerder wordt het onder
water. Hierdoor zijn de baarzen in het voordeel want ze
zullen minder snel opgemerkt worden door hun prooi en
dus succesvoller jagen. Tevens kleeft er ook een nadeel
aan het donkere weer, voor de baarzen tenminste: door de
beperkte lichtinval is ons kunstaas minder snel
herkenbaar als zijnde nep!
Wil je ook grote baarzen vangen?
Misschien is er bij jou in de buurt ook ergens zo’n stek
waar grote schuwe baarzen tussen andermans lijnen
doorzwemmen. Ga eens op zoektocht, neem wat klein spul
mee en misschien tref je een schooltje van die grote
vissen. En mocht dat het geval zijn, ga dan alsjeblieft
uiterst zorgvuldig met ze om…
Dan nog een tip over vastzitten en losschieten.
Nog een tip voor als je aasje tussen de
stenen blijft hangen: begin niet meteen als een gek te
trekken aan het aas in de hoop dat het steenstort wijkt!
Zodra je merkt dat je aasje ergens vastzit, en er aan de
andere kant van de lijn geen kopstoten worden uitgedeeld,
laat je de lijn slap vallen. Je neemt de lijn bij het
startoog van je hengel tussen je vingers en spant de
lijn op, eenmaal gespannen laat je de lijn abrupt
losschieten, met als effect dat het beetje rek in je
lijn ervoor kan zorgen dat het aas ‘terugschiet’. Enkele
malen proberen levert meestal het gewenste resultaat op,
zo niet, dan is er meestal ook geen redden meer aan.
Noud Govers
Bovenstaande
bijdrage is één van de zeer lezenswaardige artikelen die
zijn terug te vinden in Dé Roofvis no. 83, dit magazine
ligt omstreeks 15 april a.s. in de bus bij de abonnees
en is vervolgens te koop in de boekhandel en kiosk. Kijk
voor een interessante abonnementsaanbieding op
www.hengelsporthuis.com
|